Toets: ECDL NL

Tijd:

Vraag 1 van de 10

Waar staat ICT voor?

   Internationale communicatie technologie
   Internationale computer technologie
   Informatie- en communicatietechnologie
   Informatie- en computertechnologie

Vraag 2 van de 10

Welke van de volgende heeft de grootste opslagcapaciteit?

   Een 600 MB compact disk
   Een 2 TB harde schijf
   Een 32 GB flash drive
   Een map van 100 KB

Vraag 3 van de 10

Welke van de volgende is een besturingssysteem

   Microsoft office
   Microsoft word
   Microsoft powerpoint
   Microsoft windows

Vraag 4 van de 10

Een touch screen kan gezien worden als invoer en uitvoer apparaat.

   Waar
   Niet waar

Vraag 5 van de 10

Wat is een computervirus

   Een programma dat u vanaf een internetwebsite downloaden kunt
   Een programma dat schade aan uw computer aanricht
   Een beschadigde ruimte van de schijf
   Een hardware fout

Vraag 6 van de 10

Welke van de volgende wordt beschreven als een draagbaar apparaat dat kan worden gebruikt om te bellen, smsen, foto's nemen en internetten?

   smartphone
   docking station
   desktop
   mediaspeler

Vraag 7 van de 10

Software kan worden geclassificeerd als?

   Pakketten & aangepaste programma's
   Besturingssysteem & Utilities
   Microsoft word & Microsoft excel
   Applicatie en systeem

Vraag 8 van de 10

Welke van deze is een kenmerk van RAM

   Data gaat verloren als de stroom uit gezet is
   Kan niet verwijderd worden
   bewaard data dat gedownload wordt van het internet
   behoud de systeem opdrachten

Vraag 9 van de 10

Welke van de volgende voldoet niet aan netwerk etiquette (netiquette)

   Alleen reageren op hoge prioriteit e-mailberichten
   Altijd met behulp van onderwerpregel in e-mailberichten
   Altijd spelling controleren uitgaande e-mailberichten
   Grote bestanden te comprimeren voordat u aan e-mailberichten koppelt

Vraag 10 van de 10

Een student beslist dat hij/zij een foto van zichzelf op zijn/haar facebook-account wilt hebben. Wat doet hij/zij?

   Uploaden
   Trenden
   Downloaden
   Streamen